PLATFORM VOOR PUBLIC GOVERNANCE, AUDIT & CONTROL

TPC op

Sluit je aan bij de TPC Linked In-groep, neem deel aan discussies en ontmoet vakgenoten.
Naar Linked In

column

Effecten decentralisaties - Wat willen we weten?

Door Paul Bordewijk
Laatste bijgewerkt op woensdag 26 oktober 2016 om 13.25
Print dit artikelE-mail dit artikel

April 2016 (jaargang 14 nummer 2)

De drie decentralisaties in het sociale domein kunnen zonder meer worden aangemerkt als de grootste verandering in de financiële verhouding tussen rijk en gemeenten sinds de invoering van de Financiële verhoudingswet van 1997. Inmiddels is het eerste jaar voorbij, en wordt het tijd voor een evaluatie. Er zijn berichten verschenen over problemen bij individuele gemeenten, maar een goed overzicht ontbreekt. Wel weten we intussen dat verschillende rechters de wet heel verschillend uitleggen, wat niet pleit voor de kwaliteit van de wetgeving.
Wat zouden we willen weten? Vooral wat de bezuinigingen op de overgedragen budgetten voor gevolgen gehad hebben. Hebben gemeenten de opgelegde bezuinigingen rechtstreeks doorgegeven, alsof het taken waren die hun buiten hen om door het rijk waren opgedragen, of hebben ze een eigen verantwoordelijkheid genomen voor het peil van de zorg in hun gemeente, en hebben ze een deel van de bezuinigingen (tijdelijk) opgevangen uit reserves of door op andere taken te bezuinigen? Het omgekeerde is zeker ook mogelijk.
Gemeenten kunnen ook hogere eigen bijdrages hebben gevraagd. Dan gaat het bedrag dat de gemeenten bijleggen omlaag, zonder dat de hoeveelheid zorg hoeft te verminderen. Voor zover er op de gedecentraliseerde taken zelf bezuinigd is, moeten we weten hoe de gemeenten dat gerealiseerd hebben, en vooral of dat wel of niet ten koste is gegaan van de kwaliteit van leven van de cliënten. Om dat laatste is het tenslotte in de zorg te doen.
Gemeenten kunnen bespaard hebben door dezelfde diensten goedkoper in te kopen. Dat kan wanneer zorgaanbieders efficiënter werken. Er is dan efficiencywinst, maar de kwaliteit van leven is niet in het geding. Ook inzet van lager betaald personeel valt hieronder, wat dan wel leidt tot welvaartsverlies. Het is wel erg cynisch om dat ‘winst’ te noemen, al lijdt de cliënt niet onder de bezuiniging.
Soms zal men ook minder diensten kunnen inkopen zonder dat de levenskwaliteit van de cliënt in het geding komt. Er kan kritisch worden gekeken naar het aantal stofzuigbeurten, of naar het uitbundig ramenlappen dat we vaak op de tv zien omdat het zo videogeniek is. Opname in intramurale instellingen is misschien niet altijd nodig. Ook wanneer mantelzorgers taken overnemen is de kwaliteit van leven van de cliënt niet in het geding, maar misschien wel die van de mantelzorger. Winst die op deze manier geboekt wordt, kun je aanmerken als effectiviteitswinst: er worden minder diensten verleend, maar het beoogde effect blijft in stand.
Ik vrees echter dat bezuinigingen vaak veel verder gaan en de levenskwaliteit aantasten. Dat zal vooral gebeuren wanneer gemeenten de gedecentraliseerde taken als opgelegde taken beschouwen, waarbij zij de door het rijk opgelegde bezuinigingen uitvoeren. Er vindt dan op het niveau van de individuele gemeente geen afweging plaats tussen het budget dat voor de gedecentraliseerde taken beschikbaar wordt gesteld en dat voor andere taken. Wie klaagt dat alleenwonende bejaarden daarmee niet de zorg krijgen die ze nodig hebben voor een fatsoenlijk bestaan wordt verwezen naar staatssecretaris Van Rijn, van de partij die het recht op een fatsoenlijk bestaan in zijn beginselprogramma heeft staan.
Het zou mooi zijn, wanneer er door de decentralisaties veel efficiencywinst en effectiviteitswinst is geboekt. Dan werkt het idee dat vanwege de afstand tot de burger de gemeente beter over de zorg kan beslissen dan door het rijk. Maar ik vrees dat dat niet zo is, en dat veel bezuinigingen de levenskwaliteit hebben aangetast.
Ik vraag me ook af hoeveel gemeenten voor zichzelf duidelijk hebben hoe de door hun opgelegde bezuinigingen uitgepakt hebben, of er meer doelmatigheid of doeltreffendheid is gerealiseerd, of dat essentiële voorzieningen die zijn gecreëerd om zelfstandig wonen mogelijk te maken, zijn wegbezuinigd ten koste van de levenskwaliteit. Gemeenteraden zouden daar van tevoren een idee over moeten hebben en achteraf over geïnformeerd moeten worden. Maar ik vrees dat ook de meeste wethouders het niet weten. Als dat waar blijkt, geeft dat alleen al te denken over het succes van de decentralisaties.

Paul Bordewijk is publicist.

Gepubliceerd op: maandag 25 april 2016 om 15.08
Laatste bijgewerkt op: woensdag 26 oktober 2016 om 13.25